Regel 18, jaargang 2, nummer 1 - Oktober 1989
Vriend en vijand
Gyuri Takács
Hoe vaak gebeurt het niet dat we een ontevreden scheidsrechter meemaken, nadat deze, in zijn ogen ten onrechte, een minder goede beoordeling van een wedstrijd heeft ontvangen? Vaak, misschien wel té vaak.
De delicate verstandhouding tussen scheidsrechter en rapporteur wordt dan ook regelmatig op de proef gesteld. De scheidsrechter ondervindt ook zo menigmaal kritiek zonder dat de "waarnemer", vaak oud-scheidsrechter, hem door middel van een rapport laat weten dat de prestaties van de man in het zwart te wensen overliet. Teleurgesteld vanwege de misschien mislukte wedstrijd met mogelijk minder prettige gevolgen, laat de geobserveerde scheidsrechter zijn emoties vrije baan en daalt zowel genuanceerde als ongenuanceerde kritiek op de boosdoener neer.
Alles goed en wel. Je mag zeker veronderstellen dat de rapporteur de wedstrijd niet met het vooropgezette doel bezoekt om de scheidsrechter negatief te beoordelen. Misschien heeft de desbetreffende man wel gelijk. Eerlijk is eerlijk: ook wij scheidsrechters zijn niet altijd tevreden met onze prestaties. Echt zuur wordt het echter indien wij onze geleverde prestaties als goed beschouwen, terwijl de bondsofficial die mening niet deelt. Wie heeft het nu bij het rechte eind? Als de rapporteur het goed gezien heeft, betekent dat niet alleen een minder cijfer. Nee, de belangrijkste conclusie die dan moet worden getrokken, is dat ons inschattingsvermogen niet juist was. Met name dit laatste is moeilijk onder ogen te zien en doet de scheidsrechter twijfelen, dan wel teleurgesteld zijn. Komen we echter tot de conclusie dat niet wij het mis hebben, maakt de teleurstelling en twijfel plaats voor oprechte boosheid.
Daar duidelijk is dat elke scheidsrechter meer dan eens met deze problematiek te maken heeft gehad of te maken zal krijgen, leek het ons een goed idee enkele rapporteurs van de vele die de R.S.V. rijk is, aan het woord te laten. Wellicht levert dit nuttige tips op voor het lopende seizoen. In willekeurige volgorde komen aan het woord: Aad van Santvliet (43):
Was 13 jaar als scheidsrechter actief en is in 1986 gestopt met deze hobby. Op dat moment was Aad ingedeeld in groep 2 van de K.N.V.B. Rapporteert sinds 1987.
Maarten van de Polder (58):
Is naast het rapporteren nog steeds als scheidsrechter op de velden te vinden. Heeft in de top van de R.V.B. meegedraaid en loopt reeds 24 jaar als scheidsrechter mee. Heeft 3 seizoenen als rapporteur achter de rug.
Kees Hijnen (64):
Begon op 30-jarige leeftijd met het scheidsrechteren, waar in 1972 vanwege het bereiken van de leeftijdsgrens een einde aan kwam. Acteerde in de top van het amateurvoetbal. Leidde tweede elftallen (B-elftallen) van betaald-voetbal-organisaties en opereerde als grensrechter in het betaalde voetbal. Startte 17 jaar geleden als rapporteur.
Aad, Maarten en Kees waren bereid hun licht te laten schijnen op het verschijnsel rapportage en scheidsrechter.
Aad van Santvliet zoekt normaliter geen contact met de desbetreffende scheidsrechter: 'Ik wil de concentratie van de man niet verstoren. Mocht hij een goede bekende van mij zijn, dan ligt de zaak iets anders. Begroeten hoort er dan bij. Op zich ben ik de man op de achtergrond. Zo kom ik bijna nooit in bestuurskamers.'
Voor Maarten en Kees geldt eigenlijk hetzelfde. Beide vinden de bestuurskamer iets waar je je als rapporteur eigenlijk niet dient te begeven. Maarten: 'Bestuursleden willen vaak iets over de scheidsrechter weten, wat later bij de scheidsrechter terecht komt. Nee, daar zullen ze mij niet op pakken!' Kees: 'In de regel moet je niet in de bestuurskamer komen. Er zijn wel bepaalde verenigingen waar ik er niet onder uit kan. Ook vind ik dat je vooraf geen contact met de scheidsrechter moet opnemen. Het wordt ten eerste door de scheidsrechter niet altijd op prijs gesteld en ten tweede heeft de scheidsrechter zijn rust en concentratie nodig. Mocht de scheidsrechter zelf vragen bij hem binnen te komen, dan is dat wat anders. Het ligt ook anders indien er iets in de wedstrijd achter de rug van de scheidsrechter is gebeurd. Dan maak ik hem daarop attent.' Maarten weer: 'Nee, benaderen van een scheidsrechter vind ik niet echt nodig. Zeker niet nadat ik een negatieve ervaring heb gehad na het wèl benaderen van een scheidsrechter.'
Op de vraag wat een scheidsrechter moet hebben om uit te groeien tot een goede scheidsrechter, zijn bij de drie heren meer overeenkomsten dan verschillen te herkennen. De verschillen zijn veelal de nuances die worden aangebracht. Aad: 'Belangrijk vind ik dat de scheidsrechter gemotiveerd moet zijn. Een warming-up bijvoorbeeld hoort er bij. Dan weet de scheidsrechter, spelers en publiek waar hij mee bezig is. Een scheidsrechter mag niet te nonchalant zijn. Zo in de trant van "Wie doet me wat". Ook het gevoel van "Ik doe het wel even" is uit den boze. Verder moeten scheidsrechter snel kunnen inschatten wat voor wedstrijd het is en deze desgewenst kort houden. De scheidsrechter moet de baas zijn door zijn manier van optreden. Handelend optreden is erg belangrijk.' Zaken zoals conditie en spelregelkennis staan buiten discussie: 'Je mag bij K.N.V.B.-mensen aannemen dat dat zeker aanwezig is. Voorts is het voor de scheidsrechter zaak zichzelf te blijven. Laat het publiek publiek zijn. Blijf neutraal en vooral jezelf.'
De wedstrijden die Maarten bezoekt resulteren onder de auspiciën van de R.V.B., met name reserve hoofdklasse en reserve eerste klasse. De problematiek die hij dan tegenkomt ligt derhalve enigszins anders: 'Scheidsrechters dringen helaas te snel tot deze klassen door. Ze kunnen het niveau dikwijls niet aan. Elementaire vaardigheden ontbreken nogal eens. Gebrek aan spelregelkennis bijvoorbeeld. Vaak heeft de jonge, beginnende scheidsrechter te weinig conditie, wat nodig is om het spel te kunnen volgen. De grootste handicap van vele scheidsrechters is dat ze zich verschuilen, wegkruipen. Ze weten niet hoe ze handelend moeten optreden. Of ze durven niet. Als rapporteur kijk ik vooral naar in hoeverre een scheidsrechter overwicht heeft zonder dictator te zijn. Hij moet de wedstrijd in de hand hebben, waarbij hij ook weer niet te kinderachtig mag zijn.'
Kees: 'Het zijn een aantal factoren die bepalen of de man een goede scheidsrechter is of niet. Vaak zijn het ook de kleine dingen die het doen. Belangrijk bijvoorbeeld is de totale presentatie: Hoe kom je het veld op? Ben je zakelijk bij de toss? 'Doorslaggevend is natuurlijk of je resoluut bent en durf hebt bij het nemen van beslissingen. Je mag je niet verschuilen. Blijf consequent en laat je niet in de maling nemen. Ik vind wel dat je als scheidsrechter ontzettend veel aan een wedstrijd kunt doen, daarom let ik als rapporteur veel op kleine dingen die medebepalend voor het wedstrijdbeeld kunnen zijn. 'In principe tracht ik mezelf positief op te stellen ten opzichte van de scheidsrechter. Kritisch ben ik echter wel; opbouwende kritiek is belangrijk voor de scheidsrechter die er iets van kan leren. Als je echter grove fouten maakt, zoals bijvoorbeeld tweemaal dezelfde speler een waarschuwing geven, die dan later ook nog de winnende goal scoort, dan krijg je van mij wat je verdient. Zoiets is natuurlijk wel van de zotte.'
Zoals bekend hebben scheidsrechters de nodige kritiek op de rapporteurs. Wat vinden de rapporteurs hiervan?
Aad: 'Helaas is de kritiek van de scheidsrechter vaak terecht. Met name het voorkomen van tegenstrijdigheden op de rapporten is geen uitzondering. Ik vond het als scheidsrechter zo en dat is nu ik rapporteur ben niet veranderd. Ook vind ik het een nadeel dat sommige rapporteurs zelf nooit gefloten hebben.' Maarten: 'Natuurlijk heb je onder de rapporteurs ook goede en minder goede. Net als bij voetballers en scheidsrechters. Wel is het zo, dat de scheidsrechter als hij een slecht rapport heeft, te weinig de hand in eigen boezem steekt.' Kees: 'Kritiek van de scheidsrechter kan terecht zijn, maar tegenwoordig hebben scheidsrechters te veel kritiek op alles behalve zichzelf.'
Tot slot waren de drie heren, die wij bedanken voor hun medewerking, bereid tot het geven van enkele waardevolle tips: Aad: 'Vergeet het tijdelijk staken van een wedstrijd. Je staakt of je staakt niet. Weer beginnen heeft vaak een averechtse werking.' Maarten: 'Scheidsrechters moeten de balans vinden bij optreden tegen ruw spel en niet te kinderachtig zijn. Overwicht op de spelers is waar het om draait.' Kees: 'Naast hetgeen ik reeds gezegd heb, is het voor de scheidsrechter van belang zichzelf te zijn. Marchandeer niet. Indien je lichaam of hoofd er niet bij is, schrijf a.u.b. af. Anders verknoei je voor iedereen de wedstrijd. Ook voor jezelf.'